Naar Wallonië, voor het te laat is

Naar Wallonië, voor het te laat is

De velden tussen Namen en Yvoir waren natuurlijk al wat vergeeld, maar de bossen oogden nog fris.

In de Maas stroomde voldoende water om plezierbootjes zorgeloos mee te voeren.

De eeuwenoude rotsen boden vergezichten en een koelte die diep uit de grond komt.

Op straathoeken hield Maria gewoontegetrouw de wacht.

In tuinen en vervallen schuurtjes deed de Waal wat hij altijd doet op zondagmiddag: niets bijzonders.

Alles was zoals het altijd was, zij het misschien een tikje warmer.

Maar in Namen aten de mensen ijsjes met crème fraîche om af te koelen, net als in de twintigste eeuw.

Ik ging naar Wallonië, realiseerde ik me plots, om een glimp op te vangen van een wereld die ons nu heel snel ontglipt.

De trein terug naar huis was verrassend stipt en verbrodde zo nog bijna deze reis naar het verleden.